Dienst Arbeidsveiligheid

1. Onderzoek van (ernstige) arbeidsongevallen

De preventie van arbeidsongevallen is één van de belangrijkste onderdelen van het welzijnsbeleid dat iedere werkgever dient uit te werken en toe te passen. 
Wanneer er zich een arbeidsongeval voordoet in een onderneming moeten er verschillende maatregelen genomen worden. 
Indien er zich een ernstig ongeval (met dodelijke afloop een blijvende ongeschiktheid is of een tijdelijk letsel van bepaalde aard) voordoet, moet de werkgever en zijn bevoegde dienst voor preventie en bescherming op het werk onmiddellijk een omstandig verslag laten opstellen. Dit verslag bevat onder meer de identificatie van de slachtoffers en hun werkgevers, een gedetailleerde beschrijving van de plaats en de omstandigheden van het ongeval, de vastgestelde oorzaken, en de aanbevelingen van de bevoegde dienst preventie en bescherming, om herhaling van het ongeval te vermijden. Dit verslag, aangevuld door de werkgever, met zijn beslissingen om het ongeval te vermijden, het hieraan verbonden actieplan, en het advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk over de oorzaken en de voorgestelde maatregelen, vormt het omstandig verslag dat binnen de 10 dagen bezorgd moet worden aan de met het Toezicht op het Welzijn op het Werk belaste ambtenaren.
Het omstandig verslag dient opgesteld te worden door een preventieadviseur niveau II of I.
Vermits kleinere KMO’s niet beschikken over een preventieadviseur met dit opleidingsniveau, kunnen zij kiezen om op ons beroep doen.
Onderzoek van ongevallen en incidenten op de werkplaats dient te worden gedaan om deze in de
toekomst te vermijden. Het is niet alleen een wettelijke verplichting maar bovendien een belangrijke bron
van informatie. Een goed uitgewerkt voorkomingbeleid beschermt de werknemers tegen ongevallen en
levert een aanzienlijke financiële besparing op voor de onderneming. Het is voor werkgever en
werknemer een win-win situatie.

Specifieke analyse van arbeidsongevallen

Men gaat voor het onderzoek bij voorkeur in groep te werk. De methode die het meest gebruikt wordt bij dit soort onderzoek is de feitenboomanalyse.
Eerst en vooral zal men trachten zo veel mogelijk informatie te verzamelen. Alle feiten worden
geformuleerd op een neutrale wijze, dus zonder verwijzing naar een schuldige.
Na het verzamelen van de gegevens zal hiervan een feitenboom worden opgesteld. Hierbij vertrekt men bij het “ultieme feit”, met name het ongeval. Van daaruit gaat men op zoek naar de feiten die aanleiding hebben gegeven tot het ultieme feit. Meestal zijn deze feiten zelf ook het gevolg van andere feiten. Al de feiten worden van rechts naar links uitgezet in een boomstructuur.
Uiteindelijk worden preventiemaatregelen voorgesteld die inwerken op de verschillende eindpunten van de boom.
 
Ernstige arbeidsongevallen
In bepaalde gevallen moet een omstandig verslag worden opgemaakt voor de arbeidsinspectie. Dit zijn de zogenaamde “ernstige arbeidsongevallen” volgens het KB van 24 februari 2005, waar de definitie staat vermeld. Voor deze ongevallen moet de werkgever de opdracht geven aan zijn bevoegde preventiedienst om een onderzoek uit te voeren. Nadien vult de werkgever het verslag van de preventieadviseur aan met een bijhorend actieplan. Dit geheel vormt het omstandig verslag. Belangrijk is te weten dat dit verslag binnen 10 kalenderdagen moet worden overgemaakt aan de inspectie.
Voor ondernemingen van groep C- en D (zonder preventieadviseur niveau I of II), moet dit onderzoek gebeuren door de externe dienst voor preventie en bescherming. 
 
Bedrijven van groep A, B en C+ kunnen uiteraard ook een beroep doen op een preventieadviseur van AristA. Wij kunnen het volledige onderzoek op ons nemen of bijstand verlenen aan uw preventiedienst.
 
Statistische analyse van arbeidsongevallen

In samenwerking met uw interne dienst voor preventie en bescherming, kunnen we de frequentiegraaden de ernstgraad van de arbeidsongevallen analyseren en op nationaal niveau vergelijken met andereondernemingen uit dezelfde activiteitensector. De frequentie- en ernstgraden worden bestudeerd voor deaatste vijf jaren.

In een tweede fase analyseren we, op basis van de bestaande statistieken, de arbeidsongevallen om er de meest voorkomende oorzaken uit te halen in overeenstemming met:
  • de vorm
  • het materiële agens
  • de plaats van de letsels
  • de aard van het letsel

Voorstellen en actieplan

Na de belangrijkste oorzaken van ongevallen te hebben vastgesteld, stellen we preventiemaatregelen voor met het oog op een beperking van de risico's en - als gevolg daarvan - ook de arbeidsongevallen. In samenwerking met uw interne dienst voor preventie en bescherming wordt een actieplan opgesteld.
Daarbij wordt voorrang gegeven aan correctieve maatregelen met het oog op de beperking van veel voorkomende ongevallen en van ongevallen die ernstige letsels veroorzaken en veel absenteïsme met zich meebrengen.
 
Opvolging
Het is wenselijk om regelmatig de verkregen resultaten van het actieplan te evalueren. Deze evaluatie
gebeurt aan de hand van de maandelijkse ongevallenstatistieken en wordt besproken in het comité voor
preventie en bescherming.

2. Brandveiligheid- en noodprocedures

Noodplan

De werkgever stelt een intern noodplan op voor de bescherming van de werknemers.
Op basis van de risico's die in uw onderneming aanwezig zijn, kan de afdeling Veiligheid van AristA een noodplan uitwerken. Er worden dan procedures opgesteld die aangepast zijn aan gevaarlijke situaties en aan ongevallen of incidenten die zich op de werkplek zouden kunnen voordoen.
 
Deze procedures hebben betrekking op:
  • de benodigde informatie en instructies in geval van nood;
  • het alarm- en communicatiesysteem;
  • de veiligheids- en evacuatieoefeningen;
  • de procedure voor eerste hulp en de verzorging van spoedgevallen.
  • De wet op het welzijn bepaalt dat ondernemingen moeten voorzien in een interventie- en evacuatieplan
zodat de brandweerdiensten op een zo efficiënt mogelijke manier kunnen optreden.

Interventieplan

Het interventieplan is een geheel van gegevens (tekstueel en grafisch) over een gebouw of een installatie

met de bedoeling de brandweer informatie te bezorgen over de volledige indeling van het betreffende

gebouw of de installatie. Het bestaat onder meer uit volgende documenten en plannen:
een op schaal getekend plan van de kelderverdiepingen, met de ligging en bestemming van de
ruimtes en de plaats van de lokalen van de eerste of tweede groep. Dit plan wordt uitgehangen in
  • de onmiddellijke nabijheid van de trappen die naar de kelderverdieping leiden;
  • een liggingsplan van de onderneming;
  • grondplannen van het gebouw met een beschrijving van de toegangswegen en bereikbaarheid
  • voor de brandweer;
  • de bedrijven in de omgeving.
Evacuatieplan
Het evacuatieplan omvat de volgende procedures die bij noodsituaties zoals brand, explosie, ernstig ongeval, bomalarm, enz. dienen te worden gevolgd:
informatie en instructies voor het personeel over efficiënt gedrag, goede samenwerking en de vastgelegde verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld de coördinatie in geval van brand)
het alarm- en communicatiesysteem: wie doet wat bij een noodsituatie, hoe wordt alarm gegeven,
hoe gebeurt de communicatie?
de evacuatieoefeningen: evacuatieoefeningen en oefeningen van het interventieteam.
verloop van de evacuatie en de eerste hulp: wie doet wat?
middelen voor het toedienen van eerste hulp: EHBO-doos, EHBO-helpers, overeenkomsten met
het ziekenhuis…
 
De afdeling Veiligheid van AristA kan zorgen voor de opstelling van een volledig interventie- en
evacuatieplan aangepast aan uw onderneming.

Brandpreventieplan

Om brandgevaar te voorkomen kunnen we voor uw onderneming een brandpreventieplan opstellen dat
volgende elementen bevat:
  • beoordeling ter plaatse van de uitgangssituatie aan de hand van de wettelijke normen en
  • gemeentelijke voorschriften over brandveiligheid;
  • beoordeling van de bestaande veiligheidsverlichting, nooduitgangen en normale toegangswegen;
  • beoordeling van de bestaande alarmsystemen en van de rookafvoer;
  • adviezen met betrekking tot instructies, pictogrammen en plannen die moeten worden opgemaakt;
  • opstellen van een interventie- en alarmprocedure;
  • opstellen van een evacuatieplan.
 

3. Arbeidsmiddelen

Een arbeidsmiddel is elke machine, apparaat, gereedschap of installatie die door uw werknemers op de arbeidsplaats gebruikt wordt.

De EU voerde op 1 januari 1995 een machinerichtlijn in. Deze machinerichtlijn garandeert het vrije verkeer van machines en veiligheidscomponenten in landen binnen de EU. Deze wet wil ook het veiligheidsniveau van machines verbeteren.

Deze richtlijn heeft betrekking tot de aankoop en indienststelling van machines. Deze wet is een complexe zaak waarvoor u best een beroep doet op onze specialisten.

Aankoop van arbeidsmiddelen

Is uw aankoop- en indienststellingsprocedure aangepast aan deze machinerichtlijn? Zo dient u rekening te houden met volgende aspecten:

  • vermelding van de vereisten
  • strikte naleving van de reglementaire voorschriften
  • goedkeuring door de preventieadviseur op de bestelbon
  • aflevering van een verklaring van overeenstemming op het moment van levering

Laat u hiervoor bijstaan door de experten van Alsaco. Zij maken al de wettelijke documenten in orde maar adviseren u ook bij de keuze van uw arbeidsmiddelen.

Indienststellingsverslag

Vooraleer u machines in gebruik kan nemen moet u een indiensstellingsverslag opmaken. Hier dient u rekening te houden met volgende aspecten:

  • vaststellen dat de eisen die geformuleerd werden bij de bestelling, nu worden nageleefd
  • opstellen van instructies
  • aanbieden van informatie en aangepaste opleiding

Laat u hiervoor bijstaan door de experten van Alsaco. Zij maken al de wettelijke documenten in orde maar adviseren u ook bij de keuze van uw arbeidsmiddelen.

Indienststelling

U mag uw arbeidsmiddelen bijna gebruiken. Eerst moet u nog een indienststellingsonderzoek uitvoeren. Ook bestaande machines moeten nu voorzien zijn van een indienststellingsverslag.

Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen machines met een CE-markering en machines zonder deze markering.

Laat u hiervoor bijstaan door de experten van Alsaco. Zij maken al de wettelijke documenten in orde maar adviseren u ook bij de keuze van uw arbeidsmiddelen.

Neem contact met ons op voor bijkomende informatie of een vrijblijvende offerte.

4. Beschermingsmiddelen (PBM - CBM)

Een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) of collectief beschermingsmiddel (CBM) is elke soort uitrusting die uw werknemer draagt of gebruikt om zichzelf te beschermen tegen risico's die zijn veiligheid of gezondheid op het werk kan bedreigen. Ook de toebehoren en accessoires vallen hieronder.

Deze beschermmiddelen moeten aan enkele voorwaarden voldoen:

  • aangepast zijn aan het te voorkomen risico waarbij het zelf geen bijkomend risico vormt
  • beantwoorden aan de bestaande voorwaarden op de werkplek
  • ergonomisch verantwoord en rekening houden met het comfort en de gezondheid van de werknemer
  • passen voor de drager, eventuele aanpassingen kunnen noodzakelijk zijn

Bij de aankoop in ingebruikname van deze beschermingsmiddelen moet u verschillende stappen doorlopen en aan wettelijke bepalingen voldoen. Daarnaast dient u informatieve nota's op te stellen.

Laat u hiervoor bijstaan door de experten van Alsaco. Zij adviseren u bij de keuze van al uw beschermingsmiddelen en knappen uw administratie op.

Neem contact met ons op voor bijkomende informatie of een vrijblijvende offerte.

5. Explosieveiligheid (ATEX)

ATEX is een wet die in 1999 ontstond en richtlijnen formuleert naar 'Bescherming van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar lopen'.

Een explosie kan ontstaan als er een combinatie is van zuurstof, een ontstekingsbron en brandstof.

Preventieve maatregelen treffen is hier de boodschap!

Beantwoordt uw bedrijf aan de ATEX-richtlijnen? Heeft uw personeel de juiste opleidingen gevolgd?

Laat u hiervoor bijstaan door de experten van Alsaco. Zij passen voor u de wet toe op de werkvloer en begeleiden en adviseren u waar nodig. 

Neem contact met ons op voor bijkomende informatie of een vrijblijvende offerte.

 

6. Studie en advies naar uitvoering van een elektrische installatie volgens het AREI

Elke elektrische installatie in België is onderworpen aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI).

Voldoet uw elektrische installatie aan de voorschriften uit het AREI? Bent u niet zeker? Laat u adviseren door de experten van Alsaco!

Keuringen

Een elektrische installatie die onder de wetgeving van AREI valt, moet voor het in gebruik genomen wordt, een keuring ondergaan door een extern erkend bureau. Hier is BTI uw partner van dienst: www.bticonsult.be. Na deze keuring volgen periodieke keuringen.

Neem contact met ons op voor bijkomende informatie of een vrijblijvende offerte.

7. KB 4/12/2012 betreffende de minimale voorschriften veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen

Hoog- en laagspanningscabines moeten voldoen aan de nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit dit KB. Sinds 2012 zijn alle elektrische installaties onderworpen aan dit KB. Dus ook installaties van na 01/01/1983 moeten aan deze nieuwe regels voldoen.

Dit houdt in dat een werkgever voor al zijn elektrische installaties waarvan hij eigenaar is, een risicoanalyse moet opmaken. Daarnaast moeten alle nodige preventiemaatregelen uitgewerkt worden. De risicoanalyse en preventiemaatregelen moeten voor 31/12/2014 opgemaakt worden.

Laat u hiervoor bijstaan door de experten van Alsaco. Zij passen voor u de wet toe en begeleiden en adviseren u waar nodig. 

Neem  contact met ons op voor bijkomende informatie of een vrijblijvende offerte.

Veilig werken

Het AREI stelt dat werknemers 'bevoegd' moeten zijn om aan elektrische installaties te werken. Ze moeten dus over voldoende technische kennis of ervaring beschikken om de gevaren die elektriciteit met zich meebrengt, te kennen en zo te vermijden.

Naast het feit dat Alsaco graag zijn gediplomeerde en bekwame medewerkers voor u ter beschikking stelt, kan u ook bij Alsaco terecht voor verschillende opleidingen (BA4 en BA5).

Alsaco werkt samen met uw preventiedienst het preventiebeleid uit opdat uw werknemers in de toekomst veilig(er) omgaan met de elektrische installatie. De richtlijnen voor dit beleid steunen op art. 266 van het AREI.

Neem contact met ons op voor bijkomende informatie of een vrijblijvende offerte.